COVID-19 update: GITP schakelt 100% over naar online assessments, digitaal ontwikkelen en coachen. Bekijk onze oplossingen.

Lees meer
Je bevindt je hier:

Mens of machine: wie neemt de beste selectiebeslissing?

Assessments
3 min

In het najaar van 2019 organiseerde het N.I.P. (Nederlands Instituut van Psychologen) een symposium ter ere van het 60-jarig jubileum van de Cotan (Commissie Testaangelegenheden Nederland). Het thema van het congres was de vraag of statische of juist klinische predictie tot betere voorspellingen leidt. Met andere woorden: zijn data afkomstig uit tests en assessments betrouwbaarder dan het oordeel van de psycholoog, of is het andersom? Een onderwerp dat gezien alle ontwikkelingen rondom A.I. (Artificial Intelligence) actueler is dan ooit.

Het antwoord op die vraag is helder en eenduidig: statische predictie (dus het combineren van informatie via vooraf vastgestelde beslisregels) leidt tot betere voorspellingen over succesvol functioneren dan klinische predictie (lees: informatie die door de psycholoog/adviseur ‘in zijn of haar hoofd’ gecombineerd wordt). Gemiddeld zijn statische voorspellingen tot 50% accurater dan klinische voorspellingen. Deze conclusie wordt onderbouwd door wetenschappelijke literatuur, het onderwijs (Cito toetsen versus docentoordeel) en de Jeugdzorg (risico-inschattingen).

En er hangen veel voordelen aan statische predictie:

  • Er is een grotere consistentie in de wijze waarop een advies tot stand komt: dezelfde onderdelen krijgen eenzelfde weging.
  • De transparantie is eveneens groter: de wijze waarop een advies tot stand is gekomen, kan exact uitgelegd en onderbouwd worden.
  • De manier waarop zo’n advies tot stand komt, is makkelijker te verbeteren: omdat de gebruikte beslisregel geëxpliciteerd is, kan hij – mocht dat na evaluatie van de kwaliteit van het advies nodig zijn – worden bijgesteld.

Als de voordelen zo duidelijk zijn, waarom wordt er in de praktijk dan nog zo weinig gebruik gemaakt van beslisregels? De voornaamste reden daarvoor is de - overigens niet terechte - overtuiging bij veel mensen dat de praktijk te complex is om een beslissing alleen te baseren op statistische procedures. Met name bij complexere selectie- en loopbaanvraagstukken zou een adviseur beter de totale context kunnen overzien waarbinnen een persoon dient te functioneren.

 

"Mensen worden niet graag ‘buitenspel gezet’ door statistische procedures"

 

Er werden op het congres nog meer uitdagingen en mogelijke oplossingen besproken om de kwaliteit van de beslissingen beter te maken:

Uitdaging: het vaststellen van de weging van onderdelen is complex.

Mogelijke oplossing: assessmentonderdelen waarvan de validiteit bewezen is, kunnen zwaarder meegewogen worden in de beslissing dan het oordeel van de psycholoog. Zo wordt een beslissing betrouwbaarder. En zelfs als gekozen wordt voor gelijke weging, blijken beslissingen op basis van beslisregels veel accurater dan wanneer de eindbeslissing ‘in het hoofd’ wordt genomen. 

Uitdaging: het beoordelen van interviews en assessmentsoefeningen door psychologen is per definitie niet objectief. 

Mogelijke oplossing: interviews en assessmentoefeningen als rollenspelen zouden criteriumgericht beoordeeld en gescoord kunnen worden. Alle assessmentoordelen kunnen zo in de beslisregel opgenomen worden.

 

de juiste impact met Statische methodes

Omdat selectiebeslissingen vaak veel impact hebben voor de mensen die worden getest (‘Krijg ik die baan?’, ‘Word ik toegelaten tot die studie?’, ‘Heb ik het in me om leiding te geven? of ‘Kan ik een volgende carrièrestap zetten?’) moeten we die methoden gebruiken die de beste voorspellende waarde hebben. En waarbij we kunnen aangeven hoe (on)zeker we zijn over onze uitspraken. Dat kan het best met statische methodes.

Daar komt bij dat gestructureerde en statistische procedures transparant zijn. Procedures waarbij de resultaten uit de tests gecombineerd worden met het oordeel van de psycholoog zijn per definitie subjectief. Daar lopen we het risico dat beslissingen worden genomen op basis van ‘gevoel’, dus op basis van indrukken en meningen die wellicht niet altijd even relevant zijn voor het te voorspellen gedrag.

Op het eerste gezicht lijkt één conclusie vanzelfsprekend: statische methodes verdienen de voorkeur. Statische methodes blijken immers de beste voorspellende waarde te hebben wanneer het aankomt op een selectiebeslissing. Echter, deze conclusie vraagt om nuance. Het hangt immers volledig van de context af of een selectieprocedure baat heeft bij een klinische of statische methode. Of wellicht zelfs een combinatie van beide.

 

VERDER VERDIEPEN

Niessen, Suzan, Rob Meijer, en Marvin Neumann, Mis(ver)standen in de selectiepraktijk, www.tijdschriftdepsycholoog.nl/artikelen 1/11/2019

Over de auteur

Monique Lindzen is Head of Content bij GITP.

Blijf op de hoogte van alle insights