Gebrek aan zicht op onderwijskwaliteit baart zorgen
23.04.2012
PERSBERICHT - Tilburg, 23 april 2012
Eerste onderzoek naar toezicht in alle sectoren van het onderwijs
Toezicht in het onderwijs is vooral gefocust op financiën en beleid. Oog voor kwaliteit van het onderwijs en het daarbij behorende zicht op de leerresultaten laat te wensen over. Dat is de belangrijkste conclusie van het onderzoek naar de huidige stand van zaken bij intern toezicht in alle sectoren van het onderwijs. Het onderzoek is uitgevoerd door mr. Trudy Blokdijk en prof.dr.ir. Rienk Goodijk van TiasNimbas Business School in opdracht van het Nationaal Register. Het gebrek aan zicht op kwaliteit bij de toezichthouders baart de onderzoekers zorgen.
Intern toezicht in alle onderwijssectoren doorgelicht
De onderzoeksresultaten zijn maandag 23 april in bijzijn van minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Marja van Bijsterveldt gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van het Nationaal Register in Utrecht. Het is voor het eerst dat de stand van zaken bij het intern toezicht in alle sectoren van het onderwijs tegelijk is doorgelicht en met elkaar vergeleken. Eerder kon dat nog niet, omdat pas met de Wet goed onderwijs goed bestuur, die sinds 1 augustus 2010 van kracht is, de splitsing tussen bestuur en intern toezicht ook voor het primair onderwijs (po) en het voortgezet onderwijs (vo) verplicht werd. Voor onderwijsinstellingen in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), hoger beroepsonderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs (wo) zijn interne toezichtorganen zoals een raad van toezicht al langere tijd gemeengoed.
Te veel op afstand en te formeel
De toezichtpraktijk van de nieuwkomers in het po en vo onderscheidt zich positief door enthousiasme en betrokkenheid. Professionaliteit ontbreekt nog, maar is in ontwikkeling. De meer ervaren toezichtpraktijk bij het hbo en wo beoordelen de onderzoekers als ‘te veel op afstand en te formeel’. Er is veel minder betrokkenheid bij de kwaliteit van het onderwijs dan bij de toezichtorganen in het po, vo en mbo. De algemene teneur bij het toezicht in het onderwijs blijft echter de grote afstand tot de onderwijspraktijk. “In technische zin worden de governance codes die voor toezicht in het onderwijs zijn ingesteld, al redelijk goed nageleefd. Maar met de inhoudelijke invulling van de toezichttaak is het minder goed gesteld”, aldus onderzoeker Rienk Goodijk. Als professor of Governance in the Public Sector bij Business School TiasNimbas en senior consultant Bestuur en Toezicht bij HRD-adviesbureau GITP, houdt hij zich dagelijks bezig met good governance en de rol van toezicht in de publieke en semipublieke sector. Volgens Goodijk is het noodzakelijk dat toezichthouders in het onderwijs een eigen visie ontwikkelen en ijkpunten formuleren aan de hand waarvan ontwikkelingen op het gebied van kwaliteit kunnen worden beoordeeld.
Aandacht voor werkgeverschap
Ander punt van zorg dat uit het onderzoek naar voren komt, is de onduidelijkheid over de relatie tussen interne toezichthouders en externe toezichthouders zoals de Onderwijsinspectie en verantwoordelijke gemeentes. Deze relatie met de daarbij behorende informatie-uitwisseling hoort er wel degelijk bij, maar moet nog vormgegeven worden. Daarnaast bevelen de onderzoekers aan dat er meer aandacht moet zijn voor werkgeverschap. “Als werkgever van het college van bestuur is het interne toezichtorgaan van een onderwijsinstelling verantwoordelijk voor de kwaliteit van de bestuurders. Die verantwoordelijkheid wordt nu nog te weinig genomen.”
Het onderzoek is uitgevoerd met medewerking van de HBO-Raad, MBO-Raad, PO-Raad, VO-Raad, Van Doorne N.V., GITP B.V., Rabobank Nederland, Organise to Learn, PwC Accountants NV en VOS/ABB.
Meer informatie
Voor meer informatie over het onderzoek naar toezicht in het onderwijs kunt u terecht bij GITP Marketing & Communicatie: Ireen Wagemakers, T: 06 – 10 87 00 70 of Stefan Schönberger, T: 06 - 10 59 04 07.
Bron:
GITP