Je bestudeert voor elke bijeenkomst de opgegeven literatuur. De docent geeft presentaties met ruimte voor vragen en discussie. De praktische toepassing in supervisie wordt besproken en geoefend via rollenspel aan de hand van supervisiecasuïstiek die wordt ingebracht door de cursisten.
Cursisten wordt gevraagd om na elke bijeenkomst gericht te reflecteren op een supervisietraject uit de eigen werksituatie en deze reflectie één week voor de volgende bijeenkomst op te sturen per e-mail.
Naast de cursusbijeenkomsten moet je rekenen op een tijdsinvestering van ongeveer 10 uur (per module) voor literatuurstudie en opdrachten.
Literatuur
De Bruyn, E., Ruijssenaars, W., Pameijer, N., Van Aarle, E. (2010). De diagnostische cyclus. Een praktijkleer. Tweede druk. Leuven/Amersfoort: Acco. ISBN 9789033452987. Over dit boek moet je de beschikking hebben.
Een reader met aanvullende literatuur wordt tijdens de cursus verstrekt.
Aanbevolen:
Praag-van Asperen, H.M. van & Praag, Ph.H. van (red.) (2000), Handboek Supervisie en intervisie. Utrecht: De Tijdstroom, ISBN 978 90 589 80021.