Wanneer patiënten herhaaldelijk medische hulp zoeken voor lichamelijke klachten waarvoor geen somatische verklaring aan te wijzen is, kan dat een lastig probleem vormen, zowel voor patiënten als voor artsen en andere hulpverleners. Over het algemeen zoeken patiënten hulp bij artsen voor lichamelijke klachten en artsen proberen ziektes te diagnosticeren om deze klachten te verklaren. Er kunnen problemen ontstaan als de arts geen objectieve veranderingen (ziektes) kan vinden om de subjectieve ervaringen (symptomen) van de patiënt te verklaren. Bij de dokter kan de moed in de schoenen zakken omdat die ‘niets kan vinden‘ en, medisch gezien, niet veel kan bieden. Zo kunnen lichamelijk onverklaarde klachten (LOK) voor zowel arts als voor patiënt een bron van frustratie vormen en kan de relatie tussen arts en patiënt behoorlijk verstoord raken en de behandeling stagneren.
Welke bijdrage kun je als hulpverlener in de eerste lijn leveren om deze mensen te helpen?
In de nieuwe GITP PAO-cursus Lichamelijk onverklaarde klachten staat de cognitieve gedragstherapie als behandelmethode centraal. In verschillende onderzoeken bleek deze methode effectief bij de behandeling van patiënten met lichamelijk onverklaarde klachten. Bij verschillende patiëntengroepen resulteerde de behandeling in afname van ongerustheid, vermijdingsgedrag, pijnklachten, ziekteverzuim en medische consumptie.
Deze benadering is toepasbaar voor een veelheid aan lichamelijk verklaarde en onverklaarde klachten en chronische aandoeningen en is goed toepasbaar is in de eerste lijn.
Binnen de cognitieve gedragstherapie worden vooral klachtgerelateerde cognities, emoties en gedragingen geïdentificeerd en, indien nodig, bijgesteld.
In deze cursus worden interventies vanuit zowel het oorzakelijk model als het gevolgenmodel behandeld, waarbij de nadruk ligt op het laatste model.