Volgens Sandra Kooij, psychiater en vooraanstaand expert op het gebied van AD(H)D bij volwassenen (ADHD of ADD, hierna ten behoeve van de leesbaarheid aangeduid als ADHD), zou mogelijk 1 op de 5 cliënten binnen de GGZ óók ADHD hebben. Uit recent onderzoek van het Trimbos Instituut (2011) blijkt dat ADHD bij volwassenen nog onvoldoende herkend en behandeld wordt. Cliënten met ADHD hebben vaak andere stoornissen op AS-1 en AS-II en vaak is er overlap in symptomen. Dit maakt (differentiaal) diagnostiek lastig. Bovendien roept het de vraag op in welke volgorde je de diverse stoornissen het beste kunt behandelen.
Volwassenen met ADHD hebben de neiging om afspraken te vergeten, huiswerk niet te maken en te laat te komen. Dit kan lastig zijn, ook als ze in behandeling zijn voor andere klachten. Vaak hebben deze mensen een voorgeschiedenis vol mislukkingen en afwijzingen. Dit heeft gevolgen voor hun zelfbeeld en hun persoonlijkheid en ook voor hun motivatie om iets nieuws te leren. Sommigen gebruiken ADHD als alibi om geen verantwoordelijkheid te nemen. De meesten hebben faalangst.
Gezien deze kenmerken van de doelgroep vraagt cognitieve gedragstherapie bij cliënten met ADHD om aanpassingen in houding en methodiek. Een modimodel (op basis van schematherapie) blijkt goed bruikbaar te zijn om deze cliënten, die vaak een negatief zelfbeeld hebben (kindmodus) met bijbehorende ineffectieve copingstrategieën, meer in de positie te krijgen van een ‘gezonde volwassene’ die de regie neemt over ADHD.
In deze nieuwe GITP PAO-cursus gaan we in op de hoofdlijnen van de diagnostiek en de behandeling op basis van cognitieve gedragstherapie en schematherapie. Farmacotherapie wordt niet uitgebreid besproken; voor een effectieve behandeling is samenwerking met een in ADHD gespecialiseerde psychiater of arts noodzakelijk.