De oplossingsgerichte therapie (solution focused therapy) is oorspronkelijk ontwikkeld op het Brief Family Therapy Center in Milwaukee, ‘home of solutions since 1982’. Het motto was: doe meer van dat wat u doet als het probleem er even niet is. Doordat minder analyse van het probleem nodig was, kon het gemiddeld benodigde aantal sessie worden gehalveerd. Vandaar de combinatie: oplossingsgericht en kort.
In de oplossingsgerichte therapie is veel aandacht voor uitzonderingen op het probleem: wat gaat er wèl goed. Ook wordt vaak gebruikt gemaakt van het construeren van een hypothetische oplossing via de ‘wondervraag’. Om de voortgang in de therapie te bewaken wordt gebruik gemaakt van schaalvragen. Weerstand bestaat hier niet, omdat gewerkt wordt aan de doelen van de klant en met de motivatie van de klant, en er bij het huiswerk rekening wordt gehouden met het stadium van verandering waarin de klant zit.
Omdat de klant de expert is en zelf de oplossingen vindt zijn ze ook natuurlijk en passend bij de klant en diens leefsituatie en zijn ze blijvend. De effectiviteit van oplossingsgerichte therapie is onafhankelijk van de DSM-diagnose, de leeftijd en (als enige verbale therapie) ook onafhankelijk van de sociaal-economische status van de klant. Oplossingsgerichte therapeuten, tenslotte, krijgen zelden een burnout. Het is een respectvolle, snelle, vriendelijke ‘empowering’ benadering.
De possibility therapy van O’Hanlon, de possibilities and preferences therapy van Walter en Peller en de client-directed outcome-informed therapy van Miller en Duncan zijn, evenals de nog minimalistischer versie van Iveson, latere varianten van het oplossingsgerichte model.