Voor een optimaal leerresultaat is het noodzakelijk dat u literatuur bestudeert. Voorafgaand aan de cursus ontvangt u een draaiboek met de verplichte literatuur. De bijeenkomsten bestaan uit een theoriegedeelte en een praktisch gedeelte waarin u in kleine groepen het geleerde oefent. Elke cursist dient een referaat over de literatuur te houden. Tevens oefent u in drietallen via onderlinge gedragsmodificatie (OGM): eigen problematiek gedragstherapeutisch analyseren en hierop interveniëren, zowel in de rol van cliënt als in de rol van gedragstherapeut. U moet rekening houden met ongeveer zestien uur literatuurstudie en huiswerk per cursusbijeenkomst aan literatuur en opdrachten. De totale cursus omvat 350 werkuren.
Literatuur
- Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (red.) (2004), Protocollaire behandeling in de ambulante GGZ, deel 1. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, ISBN I978 90 313 42501.
- Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (red.) (2004), Protocollaire behandeling in de ambulante GGZ, deel 2. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, ISBN I978 90 313 42495.
- Korrelboom, C.W., Broeke, E. ten (2004), Geïntegreerde cognitieve gedragstherapie. Bussum: Coutinho, ISBN 978 90 628 33467.
- Bögels, S.M. & Oppen, P. van (1999), Cognitieve therapie: theorie en praktijk. Houten-Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum. ISBN 978 90 313 28314.
- Beck, J.S. (2001), Basisboek cognitieve therapie. Baarn: HB uitgevers, ISBN 978 90 557 42554.
Boekenlijst is indicatief. Cursisten krijgen tijdig bericht over de boeken waarover zij dienen te beschikken. Bij aanvang van de cursus ontvangt u enkele readers met aanvullende literatuur en werkmateriaal.