Innovatie is niet een aardig projectje van de afdeling Research & Development. In de huidige kenniseconomie komt innovatie vooral uit onverwachte hoek - bijvoorbeeld vanuit de consument. Oude gewoonten als teveel hiërarchie houden dat tegen, stelt Ann Mettler, directeur van de Europese innovatiedenktank De Lisbon Council.
Ze was directeur van het prestigieuze World Economic Forum in Davos, toen Ann Mettler (37) vijf jaar geleden besloot om haar vaste baan op te zeggen en te gaan pionieren. Samen met journalist Paul Hofheinz en entrepreneur Tjark de Lange zette de Duitse Mettler de Lisbon Council op, een Europese denktank voor innovatie. De denktank is geïnspireerd op de Lissabon Agenda, waarin plannen staan geformuleerd om Europa in 2010 de meest concurrerende en sociale economie te maken.
Inmiddels is de Lisbon Council een gerenommeerd instituut. De denktank onderzoekt jaarlijks de prestaties van de veertien grootste economieën in Europa en Mettler prikt geregeld een vorkje met vooraanstaande internationale politici als EU-rapporteur Wim Kok, EC-voorzitter Barrosso en Al Gore.
Mettler is kritisch over de innovatieagenda van ‘Brussel’. De EU wordt nog veel teveel bestuurd vanuit het denkraam van de negentiende eeuw, stelt ze.
Innovatie is een sociaal fenomeen dat ieders leven raakt, heeft u eens gezegd.
Kunt u zich nader verklaren?
Mettler: “In het industriële tijdperk was innovatie iets voor de elite; voor onderzoekers, ingenieurs. Er werden patenten aangevraagd, nieuwe machines ontwikkeld, en dat proces duurde vaak jaren. Vandaag de dag gaat innovatie sneller, abrupter en is meer een sociaal fenomeen. Veel innovatie komt nu bijvoorbeeld vanuit de consument. We zijn nog niet gewend om gewone mensen als aanjagers van innovatie te zien. Maar innovatie raakt ieders leven. We hebben het allemaal over innovatie, maar innovatie is uiteindelijk vooral iets dat je moet dóen.”
Kunt u concreter zijn?
“Ik heb veel contact met mensen die het mandaat van hun organisatie hebben om te innoveren. Wat me opvalt, is dat ze altijd verwachten dat iemand anders dat dan gaat dóen. Het gaat nooit over henzelf. En dus verschijnt er rapport na rapport, iedereen is het eens en er verandert niets of nauwelijks iets. Ik denk dat dat komt omdat niemand persoonlijk verantwoordelijkheid neemt voor verandering – verandering in zichzelf of in de organisatie waartoe ze behoren. Je moet jezelf serieus afvragen: heb IK het vermogen om te veranderen en het vermogen om mijn organisatie te veranderen? Sta ik echt open voor nieuwe ideeën, waar ze ook vandaan komen? Want organisaties die daarin nu succesvol zijn, doen precies dat. Kijk maar naar een firma als Google. Vaak is er nog teveel hiërarchie. In veel organisaties is er maar één iemand die mag denken en dat is de baas.”
U zegt: innovatie begint bij jezelf. Hoe doet u dat zelf?
“Ik heb mijn vaste baan opgezegd om voor mezelf te beginnen. De Lisbon Council is een ideeënnetwerk. Onze ideeën komen overal vandaan, we werken daarvoor veel samen met anderen. We beperken de bureaucratie tot een minimum en richten ons op de wereld buiten ons. Ik denk dat veel innovatie plaatsvindt op de scheidslijn tussen twee disciplines. Daarom werken we niet alleen samen met andere denktanks, maar ook met bedrijven, regeringen en instanties als de OECD of de Europese commissie. We denken vaak nog te lineair. Proctor & Gamble had voorheen een gesloten onderzoeksafdeling. Nu heeft ze een groot online netwerk dat meedenkt. De helft van hun ideeën komt inmiddels van buitenaf. Dus in plaats van hun intellectuele eigendom te beschermen, stellen ze zich open. Dan leer je en verbreed je je kennis.”
Waarom heeft u de Lisbon Council opgericht?
“Een Nederlander heeft me daartoe geïnspireerd: Tjark de Lange, een ondernemer uit Dordrecht die destijds voorzitter was van het jonge entrepreneurnetwerk in Europa. Ik was directeur van het World Economic Forum en vertelde hem dat ik altijd al ondernemer wilde worden. Hij zei: ‘nu doen. Hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het is’. Ik dacht juist dat ik eerst genoeg geld en ervaring moest hebben. Het frustreerde me ook dat er niemand in Europa werk maakte van de Lissabon Agenda. De overgang van een industriële economie naar een kenniseconomie is net zo groot als die van landbouw naar industrie. Dat proces fascineert me. En demografie fascineert me; het aantal inwoners in Europa neemt straks drastisch af en mensen worden ouder. Zo’n ingrijpende demografische verandering is nog niet eerder voorgekomen. Daar moeten we ons op voorbereiden. Daar wil ik onderdeel van zijn.”
U heeft eens beweerd dat Europese werkgevers- en werknemersorganisaties de arbeidsmarkt in Europa gesloten houden.
“Daar wil ik op dit moment niet op reageren.”
Maar wat bedoelde u daarmee?
“Ik denk dat we de diversiteit op de arbeidsmarkt niet voldoende terugzien in de politieke arena. Jongeren of herintredende moeders bijvoorbeeld zien we te weinig in de politiek. Zij zijn de buitenbeentjes. Ook kleine en middelgrote organisaties vinden we trouwens te weinig terug in de politieke arena. De instituten en instanties in het huidige publieke speelveld vertegenwoordigen het industriële tijdperk - niet de diversiteit en complexiteit van de 21ste eeuwse economie.”
In Nederland is de banencarrousel grotendeels tot stilstand gekomen, mensen met een vast contract durven niet meer van baan te veranderen. Terwijl werknemers in landen met een flexibele arbeidsmarkt het gelukkigst zijn, blijkt uit onderzoek.
“Ik snap wel dat mensen bang zijn om hun baan te verliezen. In de huidige crisis gaat het er helemaal niet om of je je baan leuk vindt, maar dat je überhaupt werk hebt. Maar ik maak me zorgen over het feit dat een deel van de werkenden veel meer sociale zekerheid heeft dan de anderen. De mensen met een tijdelijk contract zijn de dupe. Zij verliezen hun baan, ook al presteren zij misschien wel beter. Dat heeft nadelige gevolgen voor innovatie.”
Wat kunnen organisaties doen om flexibeler te worden – en daarmee gelukkigere werknemers te krijgen?
“Dat is aan de politiek. We zouden ons moeten richten op baanzekerheid in plaats van bescherming. Aan dat je, als je je baan kwijtraakt, ook gemakkelijk weer een nieuwe vindt. Werkenden boven de 45 komen nauwelijks nog aan werk, ze klampen zich vast aan wat ze hebben. In Duitsland worden werkenden die na hun 57ste hun baan verliezen niet eens meer in de werkloosheidsstatistieken opgenomen, men gaat ervan uit dat ze toch niet meer aan het werk komen. Ik ben groot voorstander van het Deense systeem. De Deense premier Rasmussen veranderde de afgelopen jaren de arbeidsmarkt in zijn land ingrijpend. Organisaties kunnen personeel daar in korte tijd ontslaan maar de regering betaalt nog drie jaar lang tachtig procent van het salaris door en in die tijd wordt flink geïnvesteerd in training. Daar is de Deense regering vijf procent van het BBP aan kwijt, dus goedkoop is het niet. Maar de werkloosheid is gedaald met de helft en jaarlijks verandert dertig procent van de werkenden van baan. Hoe innoveer je als organisatie? Door nieuwe medewerkers aan te nemen die met nieuwe ideeën, een andere ervaring en een frisse blik binnenkomen.”
Hoe komt Nederland ervan af in deze crisis?
“Ik ben optimistisch. Er is geen hypothekenfiasco geweest en de werkloosheid is laag, zeker als je het vergelijkt met landen als Spanje waar nu zo’n vijftien procent van de beroepsbevolking werkloos is. Nederland heeft een goed opgeleide beroepsbevolking, mensen spreken Engels, Amsterdam heeft een innovatief imago. Nederland staat er goed voor. Werkgevers zouden de crisis kunnen benutten door hun personeel op te leiden. Innovatie gaat uiteindelijk over mensen. Als er nu minder gewerkt wordt, stuur mensen dan niet naar huis, maar investeer in trainingen.”
En wat moet er gebeuren om Europa als instituut beter te laten functioneren?
“Europa functioneert feitelijk goed. De hele EU wordt draaiende gehouden door slechts 17.000 medewerkers – dat is minder dan het aantal ambtenaren van een middelgrote stad. Maar de Europese commissie is nog teveel gebaseerd op de oude economie. Mensen krijgen bijvoorbeeld promotie vanwege hun leeftijd en niet vanwege hun prestaties. Dat ontmoedigt mensen met talent en innovatiekracht. Ook zijn banen nog voor het leven. Voor jongeren is dat vooruitzicht ronduit onaantrekkelijk. Ik zou pleiten voor meer uitwisseling tussen overheid en bedrijfsleven, bijvoorbeeld door via sabbaticals een tijdje in het bedrijfsleven te werken en andersom. Er zijn namelijk geen bedrijven die niet continu moeten innoveren, terwijl er binnen overheidsinstanties niet genoeg druk is om te innoveren.”
Biografie
De Duitse Ann Mettler (1971) werd geboren in Zweden. Ze haalde haar Masters titel aan de universiteit van New Mexico in de VS en aan het Centre for European Integration Studies in Duitsland. Mettler was directeur van het World Economic Forum tot ze in 2003 samen met Wall Street Journal-correspondent Paul Hofheinz en de Nederlandse entrepreneur Tjark de Lange de Lisbon Council oprichtte. De Lisbon Council is een Europese denktank en netwerkorganisatie, gevestigd in Brussel. Tegenwoordig is Mettler vooral onderweg om te praten met invloedrijke mensen als EU-rapporteur Wim Kok, EC-voorzitter Barrosso en Al Gore, die ook allen hebben deelgenomen aan activiteiten van de Lisbon Council.