‘Het is zo ver: HR, de Calimero van de disciplines binnen toezicht, kan uit het ei kruipen! Met een beetje steun van de buitenwereld weliswaar, maar de tijd is wél rijp.’ Zo leest Puck Dinjens van GITP Executive Partners het onderzoek van Aalt Klaassen en Herbert Rijken, waarin de toenemende aandacht voor opvolgingsplanning, benoeming en evaluatie van bestuurders wordt toegeschreven aan de veranderende rol van de toezichthouders.
Waar de focus in de praktijk veelal nog stevig op de financiële component en op de klankbordrol ligt, verschuift de rol van de toezichthouder gaandeweg meer naar de werkgeversrol. De onderzoekers krijgen in Het Financieele Dagblad van 15 oktober bijval van Peter Elverding, oud-DSM topman, die signaleert dat er ‘nog een wereld te winnen valt als het gaat om successieplanning en talentmanagement’.
Onbehagen bij toezichthouders
Toezichthouders houden zich nog te weinig bezig met de vertaling van de vragen: welk bedrijf willen we zijn? En: hoe willen we gepercipieerd worden? Ze vormen zich daarbij nog te weinig een beeld van het type management dat daar gestalte aan kan geven. Maar ná de crisis ontstaat kennelijk toch een zeker onbehagen bij een te sterke sturing op basis van (vooral) financiële informatie. Met name de jongere commissarissen voelen er veel voor om zich nadrukkelijker te baseren op andersoortige informatie. Denk daarbij aan ICT, marketing én HR.
Strategische voornemens en HR
Dat kan betekenen dat HR-directeuren, die tot op heden niet gemakkelijk toegang konden vinden tot een raad van commissarissen of raad van toezicht, nu aantrekkelijk worden. Zij kunnen immers niet alleen professioneel invulling geven aan de werkgeversrol - zodat profielen, benoeming en evaluatie op een vakkundige wijze worden gerealiseerd - maar zijn tevens een belangrijke gesprekspartner voor de raad van bestuur wanneer het gaat om de wisselwerking tussen strategische voornemens en HR. Dit zijn aanvullende elementen in de discussie, waardoor toezicht kan toe groeien naar een meer uitgesproken multidisciplinaire benadering. De eerste barst in het ei is gemaakt, het wachten is nu op hen die deze verbreding in de praktijk gestalte gaan geven.